Gezamenlijk ondernemen? Alleen op basis van gelijkwaardigheid!

Ondernemen kan ook gezamenlijk plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van een vennootschap onder firma (vof). Wil er sprake zijn van een reële vof, dan moet de samenwerking plaatsvinden op voet van gelijkwaardigheid als vennoten in een vof-verband en van een daarop gerichte wil van de partijen. 

Vennootschap onder firma

Wanneer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon een samenwerkingsverband wilt aangaan, heeft men de keuze uit een aantal rechtspersoonlijkheden. Een daarvan is de vennootschap onder firma (vof). Kenmerken van een vof zijn:

  • er wordt een bedrijf uitgeoefend;
  • onder gemeenschappelijke naam;
  • de vof heeft externe werking, dit houdt in dat de ene vennoot de andere bindt;
  • er is een scheiding tussen zakelijk vermogen en privévermogen.

 

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Ieder vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. Dat bekent dat iedere vennoot voor alle zakelijke schulden kunnen worden aangesproken. De vennoten kunnen uiteraard wel onderling verhaal bij elkaar halen.

 

Fiscale faciliteiten

De resultaten van een firma worden toegerekend aan de personen achter dat samenwerkingsverband. Men spreekt dan van een fiscale transparantie. Bij een vof zijn alle vennoten in beginsel ook met hun privévermogen aansprakelijk voor de schulden van het samenwerkingsverband. Daartegenover staat dat alle vennoten gebruik kunnen maken van de ondernemersfaciliteiten. Zij moeten daar waar het urencriterium als eis wordt gesteld, allemaal individueel daaraan voldoen. Voor echtgenoten of levenspartners die samen een onderneming drijven, kan de man-vrouwfirma een interessant alternatief zijn. Zie in dit kader het bericht ‘Man-vrouwfirma: meer dan ondersteunende werkzaamheden’. Bij een zogenoemd ongebruikelijk samenwerkingsverband tussen verbonden personen, geldt voor degene die de ‘ondersteunende’ werkzaamheden uitoefent dat zijn of haar uren in het samenwerkingsverband niet meetellen voor het urencriterium.

 

Staking of bedrijfsopvolging

In fiscaal opzicht zal de stakende of overdragende vennoot een fiscale stakingsbalans en winst bepalen op basis van de reële waarde van zijn aandeel. De blijvende vennoten kunnen hem uitbetalen. Het komt echter voor, vooral in familieverband, dat de uittredende ondernemer zijn aandeel in de onderneming op een later tijdstip laat uitbetalen. Vof’s worden vaak ook gebruikt voor bedrijfsopvolging. Er kunnen maatwerkovereenkomsten worden afgesloten ten aanzien van de overdracht, de waarde en de financiering van de stakende maat/vennoot. De onderneming kan ook eenvoudig geleidelijk worden overgedragen aan een opvolger.

 

Zelfstandig werkzaam

In bepaalde gevallen kan de fiscus het standpunt innemen dat geen sprake is van een vof, zoals in een zaak bij Hof Amsterdam. In geschil was of de vennoten zelfstandig werkzaam waren. De desbetreffende vof was aangegaan door een dga van een bv en negen personen met de Poolse nationaliteit. Volgens de fiscus waren de Polen gewoon in dienstbetrekking van het bloembollenbedrijf. De werkzaamheden van de Polen bleken namelijk eenvoudig van aard te zijn en ze maakten daarbij gebruik van de bedrijfsmiddelen van de bv van de dga. Verder gaf de dga aanwijzingen en instructies die de Polen moesten opvolgen, zodat sprake was van een gezagsverhouding. De Polen waren bovendien niet betrokken bij het sluiten van contracten, het leggen van zakelijke contacten, de organisatie van het werk, de facturering en de administratie waren. Dit werd door dga gedaan. Ze werkten gemiddeld 40 uur per week en kregen daarvoor een voorschot. Er was in dit geval dus geen sprake van een reële vof.

Wet: artikel 3.4 Wet IB 2001Gerechtshof Amsterdam, 20 december (gepubliceerd 23 januari 2013), LJN: BY9063

Bron @Taxence